Je toetst kennis, maar je beloofde een vaardigheid
Stel je voor. Je hebt veertig uur autorijles gehad. Je hebt leren schakelen, anticiperen, invoegen, file rijden, het straatje keren. En dan komt je finale examen. Je wordt een hokje ingeleid en ze zeggen: hier zijn twintig multiple choice vragen over verkeersborden. Zet hem op.
Absurd, toch? We snappen allemaal dat het meten van rijvaardigheid rijdend moet gebeuren. Niemand haalt zijn rijbewijs met een quiz over de koppeling. Je moet het doen. Maar in de praktijk van trainingen maken we precies deze fout. Dagelijks.
De misalignment die overal zit
De deelnemers moeten adviesgesprekken leren voeren. De training duurt zes uur: gespreksmodellen, een filmpje, discussie over wat ze herkennen. En de toetsing? Een multiple choice over de theorie. Iedereen slaagt. Ze kennen de theorie. En dan is het raar dat ze het niet doen op de werkvloer.
Dit is wat onderwijspsycholoog John Biggs al in 1996 beschreef. Hij noemde het 'constructive alignment': je leerdoelen, je leeractiviteiten en je toetsing moeten op één lijn liggen. Als je wilt dat mensen kunnen presenteren, laat ze dan presenteren. En beoordeel ze tijdens het presenteren. Ga niet beoordelen op kennis over presentatietechnieken.
Klinkt logisch. Maar kijk eens eerlijk naar je eigen trainingen.
Waarom het zo vaak misgaat
Theorie uitleggen is makkelijk. Je maakt een mooi schema, je hebt een model, je legt uit, je ziet mensen denken. Ze snappen het. Ze kunnen het terug uitleggen. Echt oefenen is al meer gedoe. Rollenspellen organiseren, acteurs inhuren, mensen observeren, casuïstiek maken. Dat kost tijd en energie. En het is ook nog spannend voor mensen, dus je krijgt misschien een minder fijne beoordeling omdat je iedereen een rollenspel hebt aangedaan.
Dus wat doen we? We vertellen mensen hoe iets werkt, we laten ze een beetje oefenen, en we toetsen aan het eind of ze de kennis hebben over hoe adviesgesprekken werken. Makkelijker te meten. En als je al meet op kennis: hulde. Veel mensen doen dat nog steeds niet. Maar het is niet aligned. Het meten van kennis zegt niets over of iemand iets kan.
Geen training, maar een show
Biggs zegt dat er drie dingen op elkaar moeten aansluiten. De learning outcomes: wat moeten ze kunnen aan het eind? De leeractiviteiten: hoe oefen ik daarop tijdens de training, en hoe maak ik die oefening steeds gradueel moeilijker? En het assessment: hoe toets ik of ze het echt kunnen?
Als deze drie niet matchen, dan heb je geen training. Dan heb je, in de woorden van Biggs, een show.
Het verschil in de praktijk
Neem feedbackgesprekken voeren. Niet aligned: het leerdoel is 'kan feedbackgesprekken voeren op een constructieve manier'. De training bestaat uit het oermodel, een filmpje, een goed gesprek, een discussie, een acteur die binnenkomt. De toetsing is een kennisquiz met twintig vragen. Iedereen slaagt, niemand kan het.
Aligned: hetzelfde leerdoel, maar de training bestaat uit oefenen met de acteur, elkaar feedback geven, video-opnames terugkijken en analyseren, daar weer feedback op geven, jezelf verbeteren na het analyseren van je video. De toetsing is een echt feedbackgesprek voeren terwijl iemand observeert. Resultaat: je weet precies wie het kan en wie het nog niet kan.
Het rijexamen als gouden standaard
Een rijexamen is perfect gealigned. Het leerdoel: je kunt veilig een auto besturen in het verkeer. De leeractiviteit: rijden, uren in echte verkeerssituaties, met iemand die steeds minder ingrijpt. De toetsing: je rijdt met een examinator in het echte verkeer.
Niemand haalt zijn rijbewijs door een quiz over de koppeling te maken. Je moet het doen. Waarom accepteren we in trainingen dan wel dat mensen slagen op een quiz, terwijl het leerdoel een vaardigheid is?
Bloom als kompas
Kijk naar het werkwoord in je leerdoel. Als het werkwoord op Bloom-niveau 1 of 2 zit, dus onthouden of begrijpen, dan is een quiz prima. Dan gaat het over weten of begrijpen. Maar als het werkwoord op niveau 3 of hoger zit, toepassen, analyseren, evalueren of creëren, en je toetst met een quiz, dan is het niet aligned.
'Deelnemers kunnen feedback geven.' Dat is toepassen. Niveau 3. Een quiz over feedbackmodellen is niveau 1. Je belooft in je leerdoel niveau 3, maar je levert niveau 1. Dat is geen training. Dat is misleiding.
Een voorbeeld uit de praktijk
Bij een salesteam hielden we een assessment vooraf. De vraag aan de verkopers: 'Ik ben enthousiast, op prijs zitten jullie niet ver van anderen, ik zie door de bomen het bos niet meer. Waarom zou ik voor jullie kiezen?' We turfden wat eruit kwam. De USP's waar de organisatie veel geld en tijd aan besteedde, werden niet genoemd. Er werd vooral gezegd: 'We hebben toch een leuke klik.'
Het eerste voorstel was: dan gaan we die USP's toetsen op kennis. Als ze die kennen, zullen ze het ook wel zeggen. Maar daar zit precies de denkfout. Kennen is niet hetzelfde als doen. We hebben het uiteindelijk getoetst in een echte klantsetting, met precies die vraag zoals die in de praktijk gesteld wordt. Dat is aligned.
De kern
Constructive alignment vraagt meer van je. Een quizje is makkelijk gemaakt, makkelijk uitgelegd, makkelijk gemeten. Maar als je belooft dat mensen iets kunnen, moet je dat ook toetsen. Niet de kennis erover. De vaardigheid zelf.
We zijn geen trainingsgevers. We zijn performanceverbeteraars. Laten we dat dan ook aantonen. Ja, het kost wat meer tijd. Maar je toont oprecht aan dat je gedaan hebt waar je voor was aangesteld. John Biggs zei het al in de vorige eeuw. Het wordt tijd dat we gaan luisteren.






