Oefening baart geen kunst, perfecte oefening wel
Er is een verschil tussen oefenen en oefenen. In deze aflevering van No More Boring Learning neemt Jeanne ons mee langs violisten, pianisten, kunstschaatsers en voetballers. De rode draad: niet de hoeveelheid oefening bepaalt hoe goed je wordt, maar het soort.
De violisten van West-Berlijn
Aan de Muziekacademie van West-Berlijn lieten hoogleraren hun vioolstudenten in drie groepen verdelen. De wereldtop, de goede groep, en de groep die waarschijnlijk muziekleraar zou worden. Belangrijk: alle drie de groepen waren al expert violinists. Vergelijk het met alle briljante spitsen uit de beste competities, en dan zoeken wie de Messi is.
De studenten beschreven hun levensloop, hielden een week een dagboek bij en schatten hoeveel uur ze sinds hun start alleen hadden geoefend. De wereldklassegroep zat tegen hun twintigste op ongeveer 10.000 uur, de goede groep rond de 8.000, de toekomstige muziekleraren rond de 4.000. Van zes uur per week op hun negende naar ruim dertig uur per week op hun twintigste.
Maar hier zit het hart van de aflevering. Het ging niet om de hoeveelheid. De allerbesten beschouwden het in hun eentje oefenen aan hun zwakke plekken als de meest relevante activiteit, juist omdat het zwaar en niet leuk was. Ze namen ook meer rust, met een dutje na afloop. Minder lol, gerichte inspanning, goed herstel.
Ericsson noemde dat deliberate practice: sterk gestructureerde activiteiten die speciaal gemaakt zijn om te verbeteren, met een directe feedbackloop, die volledige concentratie vragen en niet inherent leuk zijn. Bewust afgezet tegen optreden, tegen betaald spelen en tegen wat voor je uit spelen.
Wat de besten anders doen bij een fout
Duke, Simmons en Cash lieten in 2009 zeventien gevorderde pianostudenten een lastige passage van drie maten uit het eerste pianoconcert van Sjostakovitsj instuderen. Alles werd gefilmd. Wat de besten onderscheidde was niet de oefentijd, want die was gelijk. Het zat in het foutgedrag. De besten stopten onmiddellijk bij een fout, lokaliseerden precies de plek, vertraagden tot de passage foutloos ging en bouwden hem daarna weer in. De zwakkeren, ook goede spelers, speelden door en hoopten dat het de volgende keer beter zou gaan.
Deakin en Cobley observeerden kunstschaatsers op verschillende niveaus. De elite oefende even lang, maar besteedde een veel groter deel van de sessie aan sprongen die ze nog niet beheersten. Iemand had per ongeluk bijgehouden hoe vaak er werd gevallen: de elite viel vaker. De clubschaatsers oefenden vooral de sprongen die ze al konden, en pauzeerden en kletsten iets meer. De toppers zoeken de val op.
Coughlan en collega's gaven in 2014 experts en subtoppers uit het voetbal de opdracht hun trapvaardigheid te verbeteren, en lieten hen zelf kiezen hoe. De experts kozen overwegend hun zwakkere techniek, beoordeelden de sessies als inspannender en minder leuk, en scoorden beter op retentie en transfer. De subtoppers pakten hun goede been, hadden meer plezier en leerden minder. Wel tevredener.
Over die 10.000 uur
Die komen uit Outliers van Gladwell, die er een vaste regel van maakte. Hij begreep de bevindingen verkeerd: 10.000 was het gemiddelde, en er zaten er hoger. Ericsson wees die regel expliciet af. Het getal is aantrekkelijk omdat het makkelijk te onthouden is, niet omdat er iets magisch aan is. Een grote heranalyse laat zien dat oefening bij muziek ongeveer een vijfde van de variatie verklaart. De rest zit in aanvangsleeftijd, werkgeheugen, een beetje aanleg en of je ouders staan te juichen. Een dubbelblinde replicatie uit 2019 kwam tot zwakkere en genuanceerdere uitkomsten.
Oefening is enorm belangrijk en kwaliteit verslaat kwantiteit. Het is geen toverknop waarmee je wereldtop wordt.
Vijf regels voor je ontwerp
- Isoleer de zwakste schakel. Knip de vaardigheid op. Tien keer die ene openingszin oefenen is waardevoller dan één keer het hele gesprek. In de hospitality: tien keer "what brings you to Amsterdam?", niet de hele incheck.
- Verkort de feedbacklus. Geef feedback direct als het misgaat, niet aan het eind. En laat het ding daarna meteen drie keer opnieuw doen.
- Mik boven het huidige niveau. Kan iemand het? Maak het meteen moeilijker. Nu zonder aanloop. Nu op deze manier.
- Herhaal met een aanpassing. Nooit blind. Elke herhaling verandert iets op basis van de feedback. Doe het nu eens staand. Doe het nu eens buiten adem. Doe het nu eens terwijl iemand naast je met zijn handen staat te wapperen.
- Normaliseer het ongemak. Oefenen dat leuk is, is geen oefenen. Het voelt klote, en juist daar groeit het. Zoals je sportleraar die nog drie push-ups vraagt.
Hoe dat er concreet uitziet
Neem feedback geven om iemand beter te maken. Daar zitten vijf deelvaardigheden in: de opening (waarom praat ik met jou, en met wie in jou praat ik), de observatie (ik zag dit, ik hoorde dit), het effect gekoppeld aan de intentie, het advies of de eigen oplossing ophalen, en de regelmaat.
Merk je dat mensen dat contracteren lastig vinden? Laat ze tien collega's opschrijven en tien keer die openingszin formuleren. Vinden ze observeren lastig? Maak tien filmpjes of doe drie demo's en laat iedereen opschrijven wat het gedrag exact was. Dat is slimmer dan het hele gesprek met alle vijf stappen doen, want daarin zitten stukken die ze al goed kunnen. Dat voelt fijn en levert vrijwel niets op.
De uitspraak wordt vaak toegeschreven aan coach Vince Lombardi: practice does not make perfect, perfect practice makes perfect. Hij heeft wel een punt.
Gebruikte bronnen
- Onderzoek onder vioolstudenten aan de Muziekacademie van West-Berlijn, met de drie niveaugroepen en de geschatte oefenuren
- Anders Ericsson, het concept deliberate practice en zijn afwijzing van de 10.000-uurregel
- Duke, Simmons en Cash (2009), gefilmd onderzoek onder zeventien gevorderde pianostudenten aan een passage van Sjostakovitsj
- Deakin en Cobley, observatieonderzoek onder kunstschaatsers op verschillende niveaus
- Coughlan e.a. (2014), onderzoek onder experts en subtoppers in het voetbal naar zelfgekozen oefenaanpak
- Malcolm Gladwell, Outliers
- Heranalyse van de bijdrage van oefening aan variatie in prestatie bij muziek en schaken, en een replicatie uit 2019
- Uitspraak toegeschreven aan Vince Lombardi




